ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9761
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gelijkstelling vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken causaal verband met ziekte
Appellant, geboren in 1938, diende in januari 2007 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat zijn psychische en lichamelijke klachten het gevolg waren van het omkomen van zijn vader in 1944 tijdens de torpedering van het Japanse schip Junyo Maru.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat appellant zelf geen vervolging had ondergaan en er geen ziekten of gebreken waren vastgesteld die redelijkerwijs verband hielden met het overlijden van zijn vader. Appellant voerde aan dat hij leed aan een posttraumatische stressstoornis en dat het besluit in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur omdat geen psychiatrisch specialist was geraadpleegd.
De Raad stelde vast dat de medische adviezen, waaronder een onderzoek door arts Ohlenschlager, een schizofrene stoornis met een erfelijke component vaststelden, zonder causaal verband met het overlijden van de vader. Ook de lichamelijke klachten konden niet aan het overlijden worden toegeschreven. De Raad oordeelde dat het overlijden van de vader slechts een ondergeschikte rol speelde in de klachten van appellant en dat de afwijzing van de aanvraag redelijk was.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De beslissing werd genomen door voorzitter Beuker-Tilstra en leden Stevens en Mollee op 24 september 2009.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot gelijkstelling als vervolgingsslachtoffer wordt bevestigd.