ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellante, laatst werkzaam als gordijnnaaister, kreeg per 25 maart 2004 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 21 februari 2005 in, waarna appellante bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellante alsnog in de beroepsfase was gehoord.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV in strijd met het vertrouwensbeginsel handelde door haar te herkeuren en dat haar medische situatie verslechterd was. De Raad overwoog dat het UWV bevoegd is om herbeoordelingen uit te voeren en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. De Raad vond dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand had gelaten.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit volledig in stand. Het UWV werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven volledig in stand.