ECLI:NL:CRVB:2009:BK0032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toekenning loongerelateerde WGA-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen, waarbij werd vastgesteld dat hij tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt is. De rechtbank vernietigde het oorspronkelijke besluit vanwege ongeschiktheid van de voorgestelde functies met wisselende diensten. Het UWV nam daarop een nieuw besluit op bezwaar, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat hij recht had op een IVA-uitkering en dat vanwege depressie en cardiale klachten een urenbeperking noodzakelijk was. Hij betwistte de geschiktheid van de nader geduide functies. Het UWV handhaafde het standpunt dat de functies geschikt zijn, gebaseerd op overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts.
De Raad overwoog dat de medische situatie van appellant niet nieuw licht bood en dat de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd had aangegeven waarom een urenbeperking niet noodzakelijk was. De functies samensteller metaalwaren, wikkelaar en productiemedewerker industrie werden als passend beoordeeld, terwijl de functie brugwachter verviel vanwege ongeschikte werktijden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering is ongegrond verklaard.