ECLI:NL:CRVB:2009:BK0075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en toepassing Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld op 45 tot 55% per 8 februari 2005. De rechtbank had eerder het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent de geschiktheid van de functies waarop de beoordeling was gebaseerd.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het UWV terecht het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (aSB) heeft toegepast, aangezien er op de peildatum geen recht op uitkering bestond. De medische onderbouwing van de beperkingen en mogelijkheden van appellante, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), is voldoende gemotiveerd en sluit aan bij de beschikbare medische informatie.
Appellante stelde dat haar medische klachten, waaronder darmproblemen en mentale draagkracht, onvoldoende zijn meegewogen en dat de bezwaarverzekeringsarts geen eigen onderzoek heeft gedaan. De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig heeft gehandeld door het dossier grondig te bestuderen en dat de medische verklaringen van de door appellante ingebrachte specialisten onvoldoende aanleiding geven tot afwijking van het primaire oordeel.
Het UWV heeft een nieuw besluit genomen waarin de arbeidskundige beoordeling adequaat is toegelicht, waarbij de belasting van de functies archiefmedewerker, productiemedewerker industrie en wikkelaar de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt. De Raad verklaart het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond en bevestigt daarmee de herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.