ECLI:NL:CRVB:2009:BK0518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WAO-uitkering ondanks bezwaren over medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant viel in 1999 uit wegens een snijwond aan de rechterbovenarm en ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering. Het UWV herzag in 2006 de uitkering naar 15-25%, waarna bezwaar werd gemaakt en de uitkering werd vastgesteld op 25-35%. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit en beval een nieuw besluit.
Het UWV stelde in 2008 opnieuw de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 25-35%, onderbouwd met een Functionele Mogelijkheden Lijst en een arbeidsdeskundig rapport. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische beperkingen ernstiger zijn en dat hij zijn rechterhand nauwelijks kan gebruiken, waardoor de geduide functies niet passend zouden zijn.
De Raad onderschreef de medische beoordeling van het UWV en de rechtbank, vond geen aanwijzingen voor functionele eenarmigheid en oordeelde dat de geduide functies medisch passend zijn. Ook het bezwaar tegen het aspect tillen werd verworpen. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de WAO-uitkering op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid en verklaart het beroep ongegrond.