ECLI:NL:CRVB:2009:BK0586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV, waarbij hij stelde volledig arbeidsongeschikt te zijn. Na een eerdere herziening van zijn WAO-uitkering van 55-65% naar 35-45% per 25 november 2004, werd het bezwaar tegen het besluit van 26 april 2005 gegrond verklaard en dat besluit ingetrokken vanwege het ontbreken van arbeidskundige gegevens.
Het UWV stelde vervolgens bij besluit van 27 juni 2007 de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 45-55%. Appellant voerde aan dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat het besluit van 29 november 2005 geen medische of arbeidskundige grondslag had. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het besluit van 26 april 2005 was ingetrokken en dat de situatie van voor dat besluit was hersteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde dat er sprake was van een zorgvuldige medische en arbeidskundige onderbouwing, onder meer door rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige. Appellant had geen nieuwe medische stukken overgelegd die een zwaardere beperking aannemelijk maakten.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 16 oktober 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.