ECLI:NL:CRVB:2009:BK1151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering WAO en vaststelling mate arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig penitentiair inrichtingswerkster, ontving sinds februari 1997 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV herzag in 2006 haar uitkering en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid bij besluit vast op 25 tot 35%, wat door appellante werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar het UWV handhaafde het standpunt in een nieuw besluit van januari 2008.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek beoordeeld, waaronder het rapport van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige. De Raad oordeelde dat de functies die het UWV aan appellante had toegerekend niet volledig passend waren, met name vanwege diploma-eisen en functieverschillen. Echter, voor een deel van de functies was voldoende gemotiveerd dat appellante deze met haar beperkingen kon uitoefenen.
De Raad vernietigde het besluit van januari 2008 en herroept het besluit van november 2006. De arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55 tot 65% per 8 januari 2007. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De arbeidsongeschiktheid van appellante wordt vastgesteld op 55 tot 65% per 8 januari 2007 en het UWV wordt veroordeeld tot rente- en proceskostenvergoeding.