ECLI:NL:CRVB:2012:BY6360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en geschiktheid functies bij arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarbij haar WAO-uitkering werd herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55%, later verhoogd naar 55 tot 65% per eerdere uitspraak. De rechtbank vernietigde het besluit omdat het UWV geen uitlooptermijn in acht had genomen en bepaalde functies ongeschikt achtte.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar klachten waren toegenomen en dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met deze toename. Ook stelde zij dat bepaalde functies ongeschikt waren vanwege de aard van de werkzaamheden en haar beperkingen.
De Centrale Raad oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen op de relevante data zijn toegenomen. De functies waarop het besluit is gebaseerd zijn volgens de Raad geschikt, waarbij de bezwaararbeidsdeskundige de belasting en beperkingen voldoende heeft gemotiveerd. Het beroep tegen het tweede bestreden besluit wordt daarom ongegrond verklaard.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en verklaart het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.