ECLI:NL:CRVB:2009:BK1156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is wegens psychische klachten uitgevallen voor haar werk en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering bestond. Appellante maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante correct zijn vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Ook de arbeidskundige beoordeling, die uitwijst dat appellante geschikt is voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van slechts 8,7%, wordt als juist aanvaard.
Appellante stelde dat er onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen en dat zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft, mede op basis van een brief van haar psycholoog. De Raad oordeelt echter dat deze informatie reeds bekend was bij de verzekeringsartsen en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante volledig arbeidsongeschikt is. De grieven slagen niet, zodat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.