ECLI:NL:CRVB:2009:BK1163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per peildatum
Appellant, werkzaam als verzorger van zijn echtgenote tot haar overlijden in 2004, meldde zich arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en vroeg per 25 september 2006 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant volgens hun beoordeling op die datum weliswaar beperkingen ondervond, maar geschikt was voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 25,6%, wat onder de 35% grens ligt voor uitkeringsrecht.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit onderschreef. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische situatie verslechterd was en dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn klachten, met name in 2007.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische situatie op de peildatum 25 september 2006 zorgvuldig was vastgesteld en dat latere verslechteringen in 2007 niet relevant zijn voor die datum. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies passend waren, werd onderschreven. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering per 25 september 2006 bevestigd.