ECLI:NL:CRVB:2009:BK1164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Appellante, werkzaam als groepbegeleidster verstandelijk gehandicapten, viel in 1997 uit wegens whiplashklachten en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordelingen werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25 tot 35%, later verlaagd naar 15 tot 25%. In bezwaar en beroep stelde appellante dat zij op 17 juli 2007 volledig arbeidsongeschikt was, onderbouwd met medische verklaringen van bedrijfsartsen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV voldoende medische en arbeidskundige gronden had voor het besluit. De Raad kwam echter tot een ander oordeel en stelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de medische informatie van de bedrijfsartsen en dat de motivering van het besluit onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij zorgvuldige motivering en herbeoordeling noodzakelijk zijn. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering per 17 juli 2007 wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.