ECLI:NL:CRVB:2009:BK1234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet nakomen informatieplicht
Appellant ontving bijstand en kreeg toestemming voor een postadres met de verplichting zijn post regelmatig op te halen. In het kader van een heronderzoek werd appellant uitgenodigd voor een gesprek en gevraagd gegevens te overleggen, maar hij verscheen niet en leverde de gegevens niet tijdig aan.
Het College schortte de bijstand op en beëindigde deze vervolgens definitief. Appellant maakte bezwaar en stelde in hoger beroep dat hem geen verwijt kon worden gemaakt vanwege een te korte hersteltermijn en het feit dat hij na afloop van die termijn nog een inkomstenverklaring had ingeleverd.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking op grond van artikel 54, vierde lid, WWB, omdat appellant verwijtbaar had verzuimd de gevraagde medewerking te verlenen binnen de hersteltermijn. Het indienen van de inkomstenverklaring na afloop van de termijn deed hieraan niet af. Ook was het niet aannemelijk dat appellant nog pogingen had gedaan om contact te zoeken met de DWI.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het niet op de weg van het College lag om na afloop van de hersteltermijn nog stappen te ondernemen, maar op die van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet tijdig nakomen van medewerkingsverplichtingen.