ECLI:NL:CRVB:2009:BK1434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidspercentage en toekenning WIA-uitkering na bezwaar
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 10 februari 2006 waarin hem geen WIA-uitkering werd toegekend wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35%. Na een bezwaarprocedure en een arbeidskundige herbeoordeling heeft het UWV bij besluit van 30 mei 2008 alsnog een loongerelateerde WIA-uitkering toegekend, met ingang van 2 januari 2006, omdat appellant voor 35 tot 80% arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische grondslag onjuist was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen. De Raad volgde deze stelling niet, mede gelet op het rapport van een onafhankelijke medische deskundige die het oordeel van het UWV bevestigde. Ook de opvatting van de medisch adviseur van appellant kon geen aanleiding geven tot afwijking van dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage correct had vastgesteld en dat de toekenning van de loongerelateerde uitkering en de omzetting in een vervolguitkering conform de regelgeving was. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard. De Raad vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde het besluit van 30 mei 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van 30 mei 2008 van het UWV wordt bevestigd.