ECLI:NL:CRVB:2009:BK1441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische beperkingen en geschiktheid eigen werk bij weigering WIA-uitkering
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij na een maagoperatie dumpingklachten ontwikkelde die medische rustpauzes vereisen. De rechtbank vernietigde het besluit en oordeelde dat betrokkene vanwege deze medische beperkingen slechts maximaal zes uur per dag inzetbaar was.
In hoger beroep stelde betrokkene dat onvoldoende rekening was gehouden met haar schouderklachten en dat de arbeidsbelasting van haar werk onjuist was beoordeeld. Het UWV voerde aan dat er geen medische indicatie was voor rustpauzes en dat betrokkene haar eigen werk kon verrichten.
De Raad concludeerde dat de medische indicatie voor rustpauzes na maaltijden wel degelijk bestaat, maar dat dit niet leidt tot een urenbeperking van zes uur per dag, omdat het werk binnen de gebruikelijke arbeidstijd met onderbrekingen kan worden verricht. Daarnaast achtte de Raad de maatmanarbeid ongeschikt vanwege de fysieke belasting, vooral door frequent reiken en gebogen werken, en vond dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat het werk aangepast kon worden.
De Raad bevestigde daarmee de vernietiging van het UWV-besluit en beval een nieuwe beoordeling waarbij rekening wordt gehouden met de medische beperkingen en ongeschiktheid voor het eigen werk. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw beoordelen met inachtneming van de medische beperkingen en ongeschiktheid voor het eigen werk.