ECLI:NL:CRVB:2009:BK1447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt rechtsgevolg re-integratievisie en handhaaft herziening WAO-uitkering
Betrokkene, voormalig metselaar, ontving een WAO-uitkering wegens rugklachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Appellant stuurde op 23 november 2006 een re-integratievisie toe waarin afspraken over betrokkene's re-integratie waren vastgelegd. Betrokkene maakte bezwaar tegen zowel het besluit tot herziening van zijn uitkering als tegen de re-integratievisie.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen de herziening van de uitkering ongegrond, maar oordeelde dat de re-integratievisie geen besluit met rechtsgevolg was, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant ging in hoger beroep tegen deze laatste conclusie.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de re-integratievisie wel degelijk een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat het een zelfstandig rechtsgevolg beoogt, zoals het vaststellen dat betrokkene (vooralsnog) niet voor scholing in aanmerking komt. De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat de re-integratievisie niet als besluit aanmerkte en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Daarnaast bevestigde de Raad het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 25-35%, op basis van medische rapportages en arbeidskundige beoordelingen. Betrokkene bracht geen nieuwe medische gegevens aan die het oordeel konden wijzigen. De Raad wees het hoger beroep van betrokkene af en bevestigde de overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en oordeelt dat de re-integratievisie een besluit met rechtsgevolg is.