ECLI:NL:CRVB:2009:BK1470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verhoging WAO-uitkering en weigering WIA-uitkering
Appellante is sinds 1999 arbeidsongeschikt wegens nek-, rug- en beenklachten en heeft een WAO-uitkering ontvangen. Het UWV weigerde in 2006 de verhoging van deze uitkering per 7 juli 2004 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Tevens werd in 2007 een WIA-uitkering geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapportages die de beperkingen van appellante onderbouwen. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen.
Echter, de Raad vernietigde het besluit dat het bezwaar tegen de weigering van de WIA-uitkering ongegrond verklaarde, omdat het UWV het besluit niet op de juiste wijze aan de gemachtigde van appellante had bekendgemaakt, wat een schending van de Awb betekende. Hierdoor was de bezwaarprocedure niet correct verlopen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht vergoed moet worden. De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedurele handelingen bij bestuursbesluiten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering verhoging WAO-uitkering, vernietigt het besluit over WIA-uitkering wegens procedurefout en veroordeelt UWV in proceskosten.