ECLI:NL:CRVB:2009:BK1531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig melden weduwenpensioen
Appellante ontving bijstand sinds 1999 en kreeg vanaf mei 2004 een weduwenpensioen na het overlijden van haar echtgenoot. Zij heeft dit pensioen niet gemeld aan het College, wat leidde tot een herziening van haar bijstand en terugvordering van €7.660,75. Het College beëindigde tevens haar bijstand per 1 juli 2006 vanwege haar verhuizing naar België.
Appellante maakte bij brief van 13 september 2006 bezwaar, maar dit was ruim na de wettelijke termijn van zes weken na het besluit van 29 juni 2006. De Raad oordeelde dat de brief als bezwaar tegen dit besluit moest worden gezien en dat de ontkenning van ontvangst van het besluit ongeloofwaardig was. De termijn voor bezwaar was derhalve verstreken zonder verschoonbare reden.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.