ECLI:NL:CRVB:2009:BK1563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, wegens rugklachten arbeidsongeschikt geworden, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellante geschikt was voor enkele functies, waaronder productiemedewerker, die geen bijzondere taalvaardigheid vereisen en passen binnen haar belastbaarheid.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een formeel gebrek in het primaire onderzoek, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek in de beroepsfase zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende was en dat de functies haar belastbaarheid overschreden.
De Raad oordeelt dat de bezwaarverzekeringsarts appellante zelf heeft onderzocht en zijn rapportage gemotiveerd is. Ook zonder de functie inpakker blijven voldoende passende functies over. De Raad bevestigt daarom de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.