ECLI:NL:CRVB:2009:BK1624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering en niet-ontvankelijkverklaring bezwaar door UWV
Appellant, woonachtig in Duitsland, heeft een WAO-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid sinds 5 november 2003. Het UWV heeft op basis van medisch onderzoek door een Duitse arts en een arbeidsdeskundige een indeling vastgesteld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%. Appellant betwist deze indeling en voert aan dat hij in Duitsland langer dan vier weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest, wat volgens hem niet juist is meegenomen.
De rechtbank heeft in meerdere uitspraken geoordeeld dat de besluiten van het UWV berusten op een deugdelijk medisch en arbeidskundig onderzoek en dat de indeling correct is. Tevens werd het bezwaar tegen enkele brieven van het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet op rechtsgevolg waren gericht. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het uitblijven van een besluit op verzoek om verhoging van de uitkering werd door de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraken van de rechtbank met betrekking tot de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren tegen brieven. Wel vernietigt de Raad de uitspraak over de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het besluit van 12 december 2006 en verklaart dit beroep ongegrond. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant voor dit onderdeel.
De Raad benadrukt dat het UWV op grond van de Nederlandse wetgeving de mate van arbeidsongeschiktheid vaststelt, waarbij het rekening houdt met medisch onderzoek door buitenlandse instanties, maar niet verplicht is deze oordelen te volgen. De door appellant ingebrachte Duitse medische stukken zijn niet doorslaggevend voor de beoordeling in het kader van de WAO.
Uitkomst: De Raad bevestigt de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25-35% en verklaart het beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring deels ongegrond, met veroordeling van het UWV in proceskosten.