ECLI:NL:CRVB:2009:BK1704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onbekwaamheid door uitzichtloze schuldenproblematiek bij penitentiaire inrichting
Appellant was sinds 1977 werkzaam bij een penitentiaire inrichting en kampte sinds ten minste 1995 met ernstige financiële problemen die ondanks begeleiding niet werden opgelost en zelfs verergerden. Vanwege deze situatie werd appellant in 2002 overgeplaatst naar een functie zonder financiële verantwoordelijkheden.
In 2006 werd appellant ontheven van zijn werkzaamheden en met behoud van bezoldiging buitengewoon verlof verleend. Vervolgens werd hij ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor zijn ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De minister stelde dat de uitzichtloze schuldenproblematiek van appellant hem kwetsbaar maakte voor beïnvloeding en omkoping, wat onverenigbaar was met zijn functie waarin hij vertrouwelijke gegevens beheerde en contact had met gedetineerden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de minister terecht aannam dat appellant niet geschikt was voor zijn functie en dat het ontslagbesluit niet onrechtmatig was. Tevens was de minister niet verplicht tot herplaatsing, mede gezien de geboden begeleiding. De Raad wees het beroep van appellant af en bevestigde het ontslag.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens onbekwaamheid door uitzichtloze schuldenproblematiek wordt bevestigd.