ECLI:NL:CRVB:2009:BK2078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, die in 2006 werd ingetrokken door het UWV. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante gegrond en vernietigde het besluit vanwege het ontbreken van recente informatie van de geestelijke gezondheidszorg. Het UWV nam een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij in april 2006 met urgentie was doorverwezen naar een GGZ-instelling. Het UWV stelde dat de klachten reeds bekend waren en dat de verwijzing vooral verband hield met psychosociale problemen, niet met een ernstige psychiatrische aandoening.
De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe medische informatie had overgelegd die aanleiding gaf tot twijfel over de eerder vastgestelde beperkingen. De rapportage van de bezwaarverzekeringsarts reageerde afdoende op de medische gegevens van de behandelend psychiater en huisarts. Het verzoek om een deskundige te laten rapporteren werd afgewezen. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.