ECLI:NL:CRVB:2009:BK2082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor administratief werk
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek vanuit een WW-uitkering wegens rug- en heupklachten. Het UWV weigerde verdere Ziektewetuitkering per 20 augustus 2007, een besluit dat ook in bezwaar en eerste aanleg werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten onvoldoende werden erkend en dat zij fysiek belastend werk verrichtte, zoals het tillen van kratten van 10 kilo zonder hulpmiddelen. Zij overhandigde een verklaring van haar fysiotherapeut ter ondersteuning.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen die geen ernstige afwijkingen constateerden. De verklaring van de fysiotherapeut beschreef vooral subjectieve klachten zonder bewijs van ernstige beperkingen. Een arbeidsdeskundige bevestigde dat het tillen van kratten medisch verantwoord was, mede door het gebruik van een serveerwagentje.
Na een aanvullend onderzoek concludeerde de Raad dat appellante geschikt is voor haar administratieve functie en dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft geweigerd. Er waren geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel leidden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van verdere Ziektewetuitkering bevestigd.