ECLI:NL:CRVB:2009:BK2099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering per 19 juni 2006 naar 65 tot 80%, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit, omdat het UWV onvoldoende recente medische informatie had ingewonnen.
Naar aanleiding hiervan vroeg de bezwaarverzekeringsarts aanvullende informatie op bij de huisarts en plastisch chirurg, maar zag geen aanleiding de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 5 april 2006 te wijzigen. De rechtbank oordeelde dat de verstrekte medische informatie geen aanleiding gaf tot een verdere beperking van de arbeidsmogelijkheden van appellant.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn ziektebeeld, met name de energetische beperkingen en concentratieproblemen door pijnklachten, onvoldoende was meegewogen. Het UWV stelde dat met de pijnklachten rekening was gehouden door een urenbeperking van 5 x 6 uur per week. De Raad concludeerde dat de medische gegevens voldoende waren en dat het verzoek om aanvullend deskundigenadvies niet nodig was.
De Raad bevestigde het bestreden besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid per 19 juni 2006 gehandhaafd bleef. Tevens wees de Raad het verzoek van appellant tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid per 19 juni 2006 wordt bevestigd.