ECLI:NL:CRVB:2009:BK2100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage na beoordeling PTSS en HIV-status
Appellant maakte bezwaar tegen het door het UWV vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,36% per 29 juni 2006. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV. Appellant stelde dat op grond van een psychiatrisch rapport van prof. dr. Koerselman een verdere medische urenbeperking noodzakelijk was, mede vanwege zijn HIV-status en PTSS.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van prof. dr. Koerselman juist de klachten als gevolg van de HIV-status heeft betrokken bij de beoordeling van het maximaal te werken aantal uren. Tevens was het verzekeringsgeneeskundig protocol Angststoornissen niet van toepassing omdat de uitkeringsaanvraag dateerde van vóór 1 oktober 2007.
Verder werd gesteld dat appellant sociaal en persoonlijk verder beperkt zou zijn, maar dit werd voldoende weersproken door het rapport van de bezwaarverzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. Ook de stelling dat appellant niet zou kunnen samenwerken met collega’s werd door de Raad verworpen. Er waren geen medische gegevens die een ernstiger beperking ondersteunden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellant. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 november 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,36% en wijst het hoger beroep af.