ECLI:NL:CRVB:2009:BK2105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens ongewijzigde Ménière klachten
Appellant, werkzaam als isolatieplaatwerker, meldde zich in 1997 ziek vanwege de ziekte van Ménière en huidklachten. Hij ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage dat in 2002 werd herzien naar 15-25%. In 2006 werd appellant door het UWV geschikt verklaard voor geselecteerde functies en werd zijn ziekengeld stopgezet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij zwaar tilde aan het psychiatrisch deskundigenrapport dat geen psychiatrische ziekte vaststelde.
Appellant betwistte dit oordeel en verzocht om benoeming van een KNO-arts als deskundige, omdat hij meende dat zijn Ménière klachten en bijkomende symptomen onvoldoende waren meegenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische informatie, waaronder rapporten van een psychiater, neuroloog en huisarts, geen aanwijzingen bevatten voor een toename van de klachten of beperkingen. De Raad vond geen grond voor het benoemen van een KNO-arts.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat de klachten niet zijn gewijzigd en de medische beoordeling voldoende was. Er was geen sprake van nieuwe medische gegevens die een andere beoordeling rechtvaardigen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 november 2009, waarbij het bezwaar van appellant ongegrond werd verklaard en het bestreden besluit werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit het recht op ziekengeld te beëindigen wegens ongewijzigde klachten.