ECLI:NL:CRVB:2009:BK2280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een geschil met het UWV. Kort daarna trok appellant het hoger beroep in, omdat het UWV geheel aan zijn bezwaren was tegemoetgekomen.
De Raad voor de Rechtspraak heeft vervolgens besloten het onderzoek ter zitting achterwege te laten en het verzoek van appellant om het UWV te veroordelen in de proceskosten te honoreren. Het UWV voerde geen verweer tegen dit verzoek.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, dat overeenkomstig van toepassing is op hoger beroep, oordeelde de Raad dat het UWV de proceskosten van appellant, inclusief kosten voor rechtsbijstand en reiskosten, moest vergoeden. Tevens werd het griffierecht aan appellant terugbetaald.
De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, op 4 november 2009.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.