ECLI:NL:CRVB:2009:BK2299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing trajectvergoeding en re-integratiepremie wegens onvoldoende medewerking
Appellant, die sinds 1984 met onderbrekingen bijstand ontvangt, vroeg op 4 augustus 2006 een trajectvergoeding en re-integratiepremie aan. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvragen af, omdat appellant onvoldoende meewerkte aan het traject en de beleidsregel voor de premie was vervallen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij aanspraak had op de re-integratiepremie omdat hem vóór 1 april 2005 een traject was aangeboden. De Raad oordeelde dat appellant het traject in februari 2005 had afgewezen en pas later in april 2005 opnieuw een traject accepteerde, waardoor hij niet voldeed aan de voorwaarden.
Verder bleek uit een rapportage dat appellant aanvankelijk voldoende deelnam aan workshops, maar later onvoldoende meewerkte en stopte met deelname. Daarom was het College terecht niet overgegaan tot toekenning van de trajectvergoeding. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de trajectvergoeding en re-integratiepremie bevestigd.