ECLI:NL:CRVB:2009:BK2505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- M.I. ‘t Hooft
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toekenning tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen
Betrokkene vroeg een tegemoetkoming aan voor onderhoudskosten van haar gehandicapte zoon op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG). De Sociale Verzekeringsbank kende een tegemoetkoming toe met ingang van het eerste kwartaal van 2005, later aangepast naar 1 oktober 2004. De rechtbank had echter geoordeeld dat betrokkene vanwege haar geïsoleerde situatie en gebrekkige taalvaardigheid niet tijdig op de hoogte kon zijn van haar rechten, mede door onvoldoende informatie van de begeleidingsinstantie MEE, en verklaarde het beroep gegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat geen sprake is van een bijzonder geval dat een eerdere ingang van de tegemoetkoming rechtvaardigt. Betrokkene en haar echtgenoot verbleven geruime tijd in Nederland en waren werkzaam, en de begeleiding door MEE brengt het risico van tijdige kennisgeving met zich mee. De verklaring van MEE dat zij in de periode 2002-2004 geen aanleiding zag om betrokkene te informeren, verandert hier niets aan.
Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 september 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 30 juni 2006 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.