ECLI:NL:CRVB:2009:BK2511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan re-integratietraject
Appellant ontving bijstand en nam deel aan een re-integratietraject bij Alexander Calder, inclusief een werkervaringsplaats bij een bedrijf. Medio mei 2006 beëindigde appellant deze werkervaringsplaats zonder overleg vanwege de zorg voor zijn gewonde kat. Na beëindiging van het traject gaf Alexander Calder aan dat appellant niet gemotiveerd was en niet verscheen bij een sollicitatiegesprek.
Het College verlaagde de bijstand eenmalig met €200 wegens onvoldoende medewerking aan het re-integratietraject. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door het College en bevestigd door de rechtbank. In hoger beroep betoogde appellant dat het College niet zorgvuldig had gehandeld en dat de verlaging onterecht was.
De Raad oordeelde dat appellant zonder overleg met zijn consulent en klantmanager het traject voortijdig had beëindigd, wat verwijtbaar is. De Raad vond dat het College de verlaging terecht had vastgesteld en dat de omstandigheden van appellant geen reden gaven om de verlaging te verlagen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met €200 wegens onvoldoende medewerking aan het re-integratietraject wordt bevestigd.