ECLI:NL:CRVB:2009:BK2649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij vordering IB-Groep
Appellant maakte bezwaar tegen een door de IB-Groep vastgesteld bedrag van €1.470,79 wegens teveel ontvangen bijverdiensten. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke termijn was ingediend. Appellant woonde ten tijde van het beroep in Ierland, waardoor de rechtbank Groningen bevoegd was, maar om proceseconomische redenen werd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam als bevoegdelijk beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals zijn langdurige reis en het overdragen van post aan een vriend, geen verschoonbare reden vormen voor de termijnoverschrijding. Ook verwees appellant naar een herstelbeleid van de IB-Groep uit eerdere jaren, maar dit beleid was niet meer van toepassing op besluiten over meerinkomen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 23 oktober 2009 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.