ECLI:NL:CRVB:2009:BK3012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, die sinds april 2000 arbeidsongeschikt was wegens rug- en nekpijn na een verkeersongeval, kreeg vanaf april 2001 een WAO-uitkering toegekend. In 2006 werd zij medisch onderzocht, waarna een functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd opgesteld en de arbeidsdeskundige concludeerde dat zij geen arbeidsongeschiktheid meer had. Het UWV trok daarom in maart 2007 haar WAO-uitkering in.
Appellante maakte bezwaar en overhandigde medische informatie van haar huisarts, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. In hoger beroep werd het bezwaar alsnog deels gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de motivering van de arbeidsdeskundige onderschreef.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ook psychische klachten had en dat de vastgestelde beperkingen onjuist waren, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen en de functies passend waren vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende gemotiveerd medisch onderzoek en passende functies.