ECLI:NL:CRVB:2009:BK3023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid als magazijnmedewerker
Appellant, laatstelijk werkzaam als magazijnmedewerker, meldde zich ziek met spierpijn en gewrichtsklachten en kreeg een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Na onderzoek door verzekeringsartsen besloot het UWV dat appellant vanaf 1 februari 2007 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij niet langer ongeschikt was voor arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde daarop het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant terecht geschikt werd geacht voor zijn werk.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en verwees naar medische rapportages en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) uit 2002. De Raad oordeelde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren en onderschreef de eerdere beoordeling dat appellant geschikt is voor zijn werk gedurende 34 uur per week.
De Raad zag geen aanleiding om aan de juistheid van de medische bevindingen te twijfelen en bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.