ECLI:NL:CRVB:2009:BK3030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering WAZ-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ), welke door het UWV werd afgewezen. Na meerdere procedures werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar diende de aanvullende beroepsgronden te laat in, nadat gemachtigde een kantoorverhuizing als reden aanvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en oordeelde dat de kantoorverhuizing geen verschoonbare reden was. Tevens verwierp de rechtbank de stelling dat de brief voor aanvulling van de gronden aangetekend had moeten worden, omdat de procesregeling bestuursrechtelijke colleges niet voor rechtbanken geldt. Appellant werd niet geschaad omdat de brief gewoon was ontvangen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onduidelijkheid bestond over de toepasselijke procesregeling en dat de nalatigheid van gemachtigde een bijzondere hardheid vormde. De Raad overwoog dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, omdat de procesregeling bestuursrecht 2008 van toepassing was en daarin geen aangetekend verzenden vereist is. De Raad bevestigde de uitspraak en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WAZ-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.