ECLI:NL:CRVB:2009:BK3041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens herstel werknemer
Appellant was werkzaam als medewerker groenvoorziening en viel op 27 maart 2006 uit wegens klachten. Na medisch onderzoek door het UWV werd hij per 25 september 2006 hersteld verklaard en werd het recht op ziekengeld beëindigd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat na heroverweging door een bezwaarverzekeringsarts werd bevestigd. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering en onduidelijkheid over de medische beoordeling.
Het UWV schakelde vervolgens een onafhankelijke psychiater in die concludeerde dat appellant per 25 september 2006 in staat was werkzaamheden te verrichten. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren dat appellant ongeschikt was voor zijn werk. Hoewel er verschil van inzicht was tussen behandelend artsen en UWV-artsen, vond de Raad de deskundigenrapportage overtuigend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het recht op ziekengeld werd beëindigd. De Raad vond geen gronden voor toepassing van aanvullende bestuursrechtelijke maatregelen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld per 25 september 2006 beëindigd.