ECLI:NL:CRVB:2009:BK3310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen de vernietiging door de rechtbank van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van betrokkene per 10 januari 2006, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat de deskundige van de rechtbank meer beperkingen had vastgesteld dan het UWV had aangenomen, en het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom niet alle beperkingen werden overgenomen.
Na het vernietigen van het eerste besluit nam het UWV een nieuw besluit waarin de arbeidsongeschiktheid werd gesteld op 25 tot 35%, deels gebaseerd op het rapport van de deskundige. De rechtbank vernietigde ook dit besluit en beval een nieuw besluit. Het UWV stelde vervolgens een derde besluit vast, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd gesteld op 35 tot 45%, mede vanwege het niet langer maximeren van de maatmanomvang.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de medische grondslag van het derde besluit, verwijst naar rapporten van oogartsen en arbeidskundigen, en acht de functies medisch geschikt voor betrokkene. De Raad verklaart het beroep tegen het derde besluit ongegrond en bevestigt de vernietiging van het eerste besluit, behoudens de opdracht aan het UWV om een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het derde besluit wordt ongegrond verklaard en het eerste besluit wordt vernietigd met de opdracht tot een nieuw besluit.