ECLI:NL:CRVB:2009:BK3394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na oogletsel met geschil over arbeidsongeschiktheidspercentage en redelijke termijn
Betrokkene liep in 1998 ernstig oogletsel op en ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering. In 2004 werd de arbeidsongeschiktheid bij herbeoordeling vastgesteld op 25-35%, wat betrokkene betwistte. Na een deskundigenonderzoek stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij tot 35-45%, maar de rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering.
In hoger beroep schakelde de Raad een onafhankelijke oogarts in die het standpunt van de UWV-arts bevestigde. De Raad volgde het oordeel van deze deskundige en verklaarde het beroep tegen het herziene besluit ongegrond. De medische en arbeidskundige onderbouwing werd als voldoende deugdelijk beoordeeld.
Daarnaast werd vastgesteld dat de totale procedure van ruim vijf jaar de redelijke termijn overschreed. De Raad besloot het verzoek om schadevergoeding wegens deze overschrijding nader te onderzoeken en heropende het onderzoek, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd aangemerkt.
De Raad wees geen proceskosten toe en vernietigde de uitspraak van de rechtbank behoudens beslissingen over griffierecht en proceskosten. De zaak wordt voortgezet voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het herziene besluit tot vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt heropend voor beoordeling van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.