ECLI:NL:CRVB:2009:BK3484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens ontbreken objectieve medische grondslag
Appellant, een voormalig pluimveehouder, ontving sinds 2000 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door pijnlijke gewrichten en nek- en rugklachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 1 februari 2006 vanwege het ontbreken van objectiveerbare gebreken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische gegevens onvoldoende objectief waren om de chronische pijnklachten te onderbouwen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat diverse medische rapportages, waaronder die van neuroloog Tacke, reumatoloog Haagsma en osteopaat Fijen, de klachten wel objectief zouden onderbouwen. De Raad volgde dit niet en concludeerde dat alleen degeneratieve spondylarthrose, passend bij de leeftijd, was vastgesteld, wat de klachten niet verklaart. Nieuwe medische informatie bood geen ander inzicht.
Appellant stelde ook dat psychiatrische klachten een rol speelden. Deskundigen Ribbens en Van Egmond stelden een chronische aanpassingsstoornis vast, maar dit oordeel betrof de situatie in 2009, niet op de datum in geding. De Raad vond onvoldoende bewijs dat appellant op 1 februari 2006 vanwege deze stoornis niet kon werken. De UWV had dan ook terecht geen beperkingen gesteld.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van objectieve medische beperkingen op de datum in geding.