ECLI:NL:CRVB:2009:BK3689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking na toekenning nabestaandenuitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) werd geweigerd omdat haar echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden in 1999.
Tijdens het hoger beroep overwoog appellante dat haar echtgenoot een WAO-uitkering ontving tot aan zijn overlijden, wat zij onderbouwde met een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Dit leidde ertoe dat de Svb een nieuw besluit nam en de nabestaandenuitkering aan appellante toekende met ingang van mei 2002, inclusief wettelijke rente.
Appellante liet vervolgens weten akkoord te zijn met dit nieuwe besluit, waardoor zij geen belang meer had bij het hoger beroep. De Raad besloot daarop het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en bepaalde dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer heeft na toekenning van de nabestaandenuitkering.