ECLI:NL:CRVB:2009:BK3725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever volgens UWV
De werknemer viel in 2004 uit vanuit zijn functie als commercieel medewerker binnendienst en hervatte gedeeltelijk werk op 22 augustus 2006. Het UWV verlengde het loondoorbetalingsverplichtingstijdvak wegens het ontbreken van een compleet re-integratieverslag en constateerde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had geleverd.
De werkgever voerde aan dat de werknemer functiegerelateerde werkzaamheden verrichtte en dat vanwege continuïteit een andere medewerker zijn functie vervulde. De Raad oordeelde echter dat deze werkzaamheden niet gelijkgesteld konden worden aan het eigen werk, mede omdat de werknemer geen klantcontact had, een wezenlijk onderdeel van zijn oorspronkelijke functie. De stelling dat de werknemer te moeilijk was om klanten te woord te staan werd verworpen wegens gebrek aan medische onderbouwing.
De bezwaararbeidsdeskundige en de Raad concludeerden dat de werkgever geen adequate acties had ondernomen en de adviezen van de bedrijfsarts had genegeerd. Ook het argument van de werkgever dat het arbeidsconflict de re-integratie belemmerde, werd niet gevolgd. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de werkgever de tekortkoming in de re-integratieverplichtingen niet had hersteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en verklaart het beroep ongegrond.