ECLI:NL:CRVB:2009:BK3726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen het besluit van het UWV om het recht op loon tijdens ziekte te verlengen met 52 weken, ook wel een loonsanctie genoemd, vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV legde deze sanctie op nadat was vastgesteld dat de werkgever onvoldoende had gedaan om de werknemer te re-integreren, met name in het tweede spoor bij een andere werkgever.
De werkgever voerde aan dat zij ten onrechte werd aangesproken omdat zij dacht dat de re-integratieactiviteiten door de detacherende onderneming werden verricht en dat de medische situatie van de werknemer verslechterde, waardoor re-integratie niet mogelijk was. De Raad oordeelde echter dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de re-integratie en dat de medische situatie dit niet rechtvaardigde. Uit rapportages bleek dat passend werk mogelijk was en dat gedurende tien maanden geen re-integratieactiviteiten waren ondernomen.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Utrecht. Tevens werd geoordeeld dat het UWV terecht de WIA-aanvraag van de werknemer op grond van artikel 64, zevende lid, van de Wet WIA mocht opschorten. De proceskosten werden niet aan de werkgever toegewezen.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en de WIA-aanvraag terecht opgeschort.