ECLI:NL:CRVB:2009:BK3877
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak inzake jurisdictiegeschillen militairen
Verzoekers hebben bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 27 maart 2008, waarin de Raad zich onbevoegd had verklaard kennis te nemen van hun hoger beroepen tegen uitspraken van rechtbanken Arnhem en Almelo. De Raad had geoordeeld dat de vaders of grootvader van verzoekers geen militair ambtenaar waren in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931 en dat de bestreden besluiten geen betrekking hadden op aanspraken van ambtenaren zoals bedoeld in de Ambtenarenwet.
De Raad heeft het verzoek om herziening getoetst aan artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening slechts toestaat bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad constateerde dat de aangevoerde argumenten deels eerder waren aangevoerd en deels nieuwe argumenten betroffen die echter geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden.
De Raad benadrukte dat het middel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de uitspraak aan te vechten. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die aan de criteria voldoen, wees de Raad het verzoek om herziening af. Tevens werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.