ECLI:NL:CRVB:2009:BK3887
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vermogenstoerekening en herzieningsverzoek bij beëindiging samenwoning
Appellante, erkend als uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, betwistte meerdere besluiten van de Pensioen- en Uitkeringsraad over de vaststelling van haar vermogen na beëindiging van haar samenwoning met haar partner.
De Raad overwoog dat appellante en haar partner geen schriftelijke afspraken hadden gemaakt over de financiële gevolgen van een eventuele scheiding, hetgeen redelijkerwijs wel verwacht mocht worden bij afwijking van de normale vermogensverdeling. De eerdere vaststelling van het vermogen bleef daardoor onaantastbaar.
Daarnaast werd een verzoek tot herziening van een berekeningsbeschikking afgewezen omdat het was gebaseerd op dezelfde feiten en argumenten als eerder, zonder nieuwe omstandigheden die een herziening rechtvaardigen. Ook het bezwaar tegen een latere berekeningsbeschikking werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze voortbouwde op eerdere besluiten zonder nieuwe elementen.
De Raad concludeerde dat er geen grond was voor vernietiging van de bestreden besluiten en wees de beroepen af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten over de vaststelling van het vermogen worden ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening wordt afgewezen.