ECLI:NL:CRVB:2009:BK3924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens strijd met motiveringsbeginsel
Appellante, die sinds 1996 arbeidsongeschikt is vanwege rug- en psychische klachten, kreeg haar WAO-uitkering in 2006 herzien van 80-100% naar 65-80% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dit besluit terecht, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het bestreden besluit niet voldoende was gemotiveerd.
De Raad baseerde zich op een deskundigenrapport van neuroloog/psychiater Kemperman, die aanvullende psychische beperkingen constateerde en een lagere werkdruk adviseerde. De Raad volgde dit oordeel en vond dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 7 mei 2009 en het rapport van arbeidsdeskundige Eekhoudt van 25 mei 2009 het besluit pas voldoende motiveerden.
De Raad oordeelde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsschatting was gebaseerd passend waren en dat het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) een aanvaardbaar hulpmiddel is. De rechtbank had ten onrechte het motiveringsbeginsel niet toegepast. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit ongewijzigd blijven.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, met behoud van rechtsgevolgen.