ECLI:NL:CRVB:2009:BK3942
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding huishoudelijke hulp wegens onvoldoende aantoonbare kosten
Appellant, gelijkgesteld met een vervolgingsslachtoffer, vroeg vergoeding van kosten voor huishoudelijke hulp vanaf 1 september 2006. Aanvankelijk werd een vergoeding toegekend, maar later geweigerd omdat uit verklaringen bleek dat geen huishoudelijke hulp werd verricht in de periode.
Appellant voerde in beroep aan dat wel degelijk hulp werd betaald en dat vanaf 1 juli 2009 een vaste vergoeding wordt verstrekt, onafhankelijk van feitelijke hulp. De Raad overwoog dat appellant geen eigen woonruimte heeft, een zwervend bestaan leidt en ingeschreven staat bij zijn moeder, die zelf de huishoudelijke taken verricht. Appellant helpt haar met zware werkzaamheden, maar er is geen bewijs van gemaakte kosten voor hulp.
De Raad achtte de verklaringen van appellant in bezwaar en beroep onvoldoende overtuigend en volgde het standpunt van verweerster. De weigering van vergoeding voor de periode 1 september 2006 tot begin 2008 wordt gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vergoeding huishoudelijke hulp wordt gehandhaafd.