ECLI:NL:CRVB:2009:BK3945
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering burger-oorlogsslachtoffer na onderzoek nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in november 2005 een aanvraag in voor een periodieke uitkering en toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd in 2006 afgewezen en dat besluit werd gehandhaafd na bezwaar. In 2007 verzocht appellante om herziening, maar ook dit verzoek werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of appellante nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd die aanleiding zouden geven tot herziening van het eerdere besluit. Na een uitgebreid nader onderzoek concludeerde de Raad dat de door appellante aangevoerde omstandigheden grotendeels overeenkomen met haar eerdere aanvraag en dat er geen nieuwe feiten zijn die het besluit in een nieuw daglicht plaatsen.
Hoewel appellante heeft geleden onder zware oorlogsomstandigheden, oordeelt de Raad dat deze algemene omstandigheden niet kwalificeren als handelingen of maatregelen in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet. De Raad verwierp ook de nieuwe getuigenverklaringen, omdat deze onvoldoende bewijs leveren van directe betrokkenheid bij geweld of mishandeling.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten. Hiermee blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag blijft in stand.