ECLI:NL:CRVB:2009:BK4087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig inpakster, ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 3 oktober 2005 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, stellende dat het UWV de gezondheidstoestand en beperkingen juist had ingeschat en dat appellante geschikt was voor de geduide functies.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de geduide functies niet geschikt waren. De Raad overwoog dat geen nieuwe gezichtspunten waren ingebracht en dat de medische stukken, ook recent van neurologen en chirurg, geen objectiveerbare klachten toonden of behandelbare afwijkingen. De Raad onderschreef daarmee het oordeel van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid niet onjuist is ingeschat.