Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4096

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5031 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken objectieve arbeidsongeschiktheid

Appellant diende op 23 april 2007 een aanvraag in voor een WAZ-uitkering met ingang van 1 januari 2002 wegens arbeidsongeschiktheid als zelfstandig ijzervlechter. Het UWV wees de aanvraag op 5 september 2007 af, en verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 februari 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond, omdat de medische beoordelingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding gaven tot twijfel en appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.

In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen beperkingen te erkennen en onvoldoende expertise te laten verrichten, ondanks ingediende stukken die problematiek zouden aantonen. De Raad overwoog dat de medische informatie niet betrekking had op de relevante datum en slechts een discusdegeneratie met spondylose betrof, een normaal verschijnsel gezien de leeftijd van appellant. Het UWV had terecht geen aanvullende expertise laten verrichten.

De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om de eerdere beslissingen te vernietigen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht van 16 juli 2008 werd bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.

Uitspraak

08/5031 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 16 juli 2008, 08/402
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is hoger beroep ingesteld door mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2009. Appellant noch het Uwv is verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant heeft op 23 april 2007 een aanvraag voor een WAZ-uitkering ingediend bij het Uwv, waarbij hij heeft aangegeven dat hij sinds 1 januari 2001 arbeidsongeschikt is voor zijn werk als zelfstandig ijzervlechter.
1.2. Bij besluit van 5 september 2007 heeft het Uwv geweigerd om appellant een WAZ-uitkering toe te kennen per 1 januari 2002. Het hiertegen ingediende bezwaar van appellant is bij besluit op bezwaar van 8 februari 2008 ongegrond verklaard.
1.3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 8 februari 2008 ongegrond verklaard. Hierbij heeft zij overwogen dat zij, gelet op de bevindingen van zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts na het door hen verrichte medische onderzoek van appellant, en gelet op het feit dat appellant geen medische gegevens heeft ingebracht die zijn standpunt onderbouwen, geen aanleiding ziet tot twijfel aan de medische beoordeling van de (bezwaar-) verzekeringsarts. Hierbij heeft zij verwezen naar de uitspraak van de Raad van 5 maart 2004 (RSV 2004, 170) waarbij de Raad heeft overwogen dat indien door tijdsverloop de medische situatie niet meer verantwoord is vast te stellen, deze omstandigheid voor risico van de aanvrager blijft.
2. In hoger beroep is aangevoerd dat het medische onderzoek door het Uwv onzorgvuldig is geweest. Het Uwv heeft ten onrechte geen beperkingen gesteld ten aanzien van fysiek, persoonlijk en sociaal functioneren. Het Uwv had expertises dienen te verrichten door een orthopedisch chirurg, revalidatie-arts of psycholoog/psychiater nu appellant stukken heeft ingediend waaruit duidelijk blijkt van problematiek.
3.1. De Raad overweegt het volgende.
3.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het beroep van appellant niet slaagt. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. De Raad voegt daar nog aan toe dat de door appellant in eerste aanleg ingediende medische informatie niet ziet op de datum in geding, 1 januari 2002, en voorts niet een objectieve ziekte of gebrek aantoont anders dan een discusdegeneratie met spondylose, hetgeen gelet op de leeftijd van appellant een normaal verschijnsel is. Het Uwv heeft op basis van deze gegevens dan ook terecht geen aanleiding gezien tot het (alsnog) laten verrichten van expertise(s). Nu appellant in hoger beroep evenmin met een (nadere) onderbouwing van de gestelde medische beperkingen komt, ziet de Raad geen grond voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.
3.3. De Raad is dan ook van oordeel dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond heeft verklaard.
3.4. Gelet op het bovenstaande slaagt het hoger beroep niet.
4. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2009.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) T.J. van der Torn.
KR