ECLI:NL:CRVB:2009:BK4096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken objectieve arbeidsongeschiktheid
Appellant diende op 23 april 2007 een aanvraag in voor een WAZ-uitkering met ingang van 1 januari 2002 wegens arbeidsongeschiktheid als zelfstandig ijzervlechter. Het UWV wees de aanvraag op 5 september 2007 af, en verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 februari 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond, omdat de medische beoordelingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding gaven tot twijfel en appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen beperkingen te erkennen en onvoldoende expertise te laten verrichten, ondanks ingediende stukken die problematiek zouden aantonen. De Raad overwoog dat de medische informatie niet betrekking had op de relevante datum en slechts een discusdegeneratie met spondylose betrof, een normaal verschijnsel gezien de leeftijd van appellant. Het UWV had terecht geen aanvullende expertise laten verrichten.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om de eerdere beslissingen te vernietigen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht van 16 juli 2008 werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.