ECLI:NL:CRVB:2009:BK4099

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4753 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd

Appellant ontving sinds 1 maart 2004 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer, welke vanaf 18 september 2006 werd aangepast naar 65-80% vanwege inkomsten uit parttime werk. Het UWV beëindigde de uitkering per 8 oktober 2007 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door de rechtbank ongegrond verklaard.

De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen twijfel bestond over de vastgestelde medische beperkingen. Ook werd geoordeeld dat appellant geen aanspraak kon maken op de Standaard Geen Duurzaam Benutbare Mogelijkheden of op een urenbeperking. De arbeidskundige beoordeling en de geschiktheid van de voorgehouden functies werden als voldoende gemotiveerd beschouwd.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name over de onderschatting van zijn psychische beperkingen en het verweer dat sprake was van ernstig disfunctioneren. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en oordeelde dat het beroep ten aanzien van de medische aspecten niet slaagt. De rapportage van de bezwaarverzekeringsarts was afdoende gemotiveerd en er was geen aanleiding om te twijfelen aan de Functionele Mogelijkhedenlijst of de geschiktheid van de aangeboden functies.

De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af. Tevens zag de Raad geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

08/4753 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 24 juli 2008, 08/249
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is hoger beroep ingesteld door mr. J.H.M. Verstraten, advocaat te Venlo.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door J.G.M. Huijs.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant genoot sinds 1 maart 2004 een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Vanaf 18 september 2006 werd deze uitkering uitbetaald op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80% in verband met genoten inkomsten als parttime taxichauffeur.
1.2. Bij besluit van 7 augustus 2007 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant beëindigd per 8 oktober 2007, omdat hij per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Het hiertegen ingediende bezwaar van appellant is bij besluit op bezwaar van 22 januari 2008 ongegrond verklaard.
1.3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 22 januari 2008 ongegrond verklaard. Hierbij heeft zij overwogen dat het medische onderzoek niet onzorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding is tot twijfel aan de aangenomen medische beperkingen. Voorts is zij met het Uwv van oordeel dat, gelet op het dagverhaal van appellant, geen sprake is van een situatie als bedoeld in de Standaard Geen Duurzaam Benutbare Mogelijkheden (GDBM). Het beroep van appellant op de Standaard Verminderde Arbeidsduur slaagt evenmin. Door de bezwaarverzekeringsarts is afdoende gemotiveerd dat geen urenbeperking behoeft te worden aangenomen gelet op de drie onderscheiden indicaties: energetisch, beschikbaarheid en preventief.Tenslotte acht de rechtbank de arbeidskundige beoordeling niet onjuist. Zij acht de signaleringen in de voorgehouden functies afdoende toegelicht.
2. In hoger beroep zijn de in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald. Appellant acht zijn psychische beperkingen onderschat. Er was op de datum in geding sprake van ernstig disfunctioneren, er had moeten worden uitgegaan van een situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden, of op zijn minst van een urenbeperking ter preventieve bescherming van appellant.
3.1. De Raad overweegt het volgende.
3.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het beroep van appellant ten aanzien van de medische aspecten niet slaagt. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank ter zake en maakt deze tot de zijne. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat in de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 21 januari 2008 afdoende is gemotiveerd waarom geen sprake is van een situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden noch van een medische noodzaak tot een urenbeperking. Nu appellant in hoger beroep evenmin met een (nadere) onderbouwing van de gestelde medische beperkingen komt, ziet de Raad geen grond voor twijfel aan de Functionele Mogelijkhedenlijst van 26 februari 2007.
3.3. De Raad ziet, evenmin als de rechtbank, aanleiding tot twijfel aan de geschiktheid van de voorgehouden functies van parkeercontroleur, bestucker en produktiemedewerker industrie. De bij deze functies voorkomende signaleringen zijn naar het oordeel van de Raad afdoende toegelicht.
3.4. De Raad is dan ook van oordeel dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond heeft verklaard.
3.5. Gelet op het bovenstaande slaagt het hoger beroep niet.
4. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2009.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) T.J. van der Torn.
KR