ECLI:NL:CRVB:2009:BK4220

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6742 WTOS
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening tegemoetkoming schoolkosten wegens feitelijke uitschrijving per 24 februari 2006

Betrokkene had een tegemoetkoming in schoolkosten ontvangen voor de periode januari tot en met juli 2006. Appellante, de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, herzag het besluit per 6 maart 2008 omdat was gebleken dat betrokkene feitelijk was uitgeschreven per 24 februari 2006. Hierdoor werd de tegemoetkoming teruggevorderd vanaf 1 maart 2006.

De rechtbank Roermond had het beroep van betrokkene gegrond verklaard omdat op het bewijs van uitschrijving de datum 25 april 2006 stond, waardoor recht op tegemoetkoming over maart tot en met juli 2006 zou blijven bestaan. In hoger beroep oordeelt de Raad echter dat de feitelijke uitschrijving op 24 februari 2006 plaatsvond, zoals blijkt uit een gecorrigeerd bewijs en een mutatieformulier dat betrokkene zelf heeft ondertekend.

De Raad stelt dat de datum op het bewijs van uitschrijving van 25 april 2006 een misslag betreft en dat de herziening en terugvordering terecht zijn. Betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid om bij de onderwijsinstelling correctie van de uitschrijvingsdatum te vragen indien hij meent dat deze onjuist is. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit van appellante bevestigd.

Uitspraak

08/6742 WTOS
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 10 november 2008, 08/1050 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),
en
appellante.
Datum uitspraak: 20 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. D.M.J.M.G. Cuijpers, advocaat te Echt, een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2009. Appellante was vertegenwoordigd door drs. P.M.S. Slagter. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Cuijpers.
II. OVERWEGINGEN
1. Betrokkene heeft aan appellante verzocht om toekenning van een tegemoetkoming in de schoolkosten en van een onderwijsbijdrage voor zijn opleiding aan Gilde Opleidingen in Roermond. Voor de periode januari tot en met juli 2006 is deze aanvraag gehonoreerd bij besluit van 3 november 2005. Appellante heeft dit besluit op 6 maart 2008 met ingang van 1 maart 2006 herzien, omdat was gebleken dat de inschrijving van betrokkene aan de onderwijsinstelling per 24 februari 2006 was beëindigd. De aan betrokkene als gevolg van die toekenning betaalde bedragen zijn daarbij teruggevorderd. Het tegen de herziening en terugvordering gemaakte bezwaar is door appellante ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het besluit op bezwaar gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het besluit van 6 maart 2006 (lees: 2008) herroepen, een en ander met bepalingen over proceskosten en griffierecht. De rechtbank heeft daartoe – voor zover hier van belang – overwogen dat op het officiële bewijs van uitschrijving 25 april 2006 als datum van uitschrijving is vermeld. Gelet op die datum kan betrokkene (alsnog) recht doen gelden op een tegemoetkoming over de periode maart 2006 tot en met juli 2006.
3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat betrokkene door de onderwijsinstelling feitelijk is uitgeschreven per 24 februari 2006, zodat vanaf maart 2006 geen recht meer bestaat op een tegemoetkoming, en dat terecht tot herziening is overgegaan.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Tussen partijen is in geschil of appellante het toekenningsbesluit van 3 november 2005 mocht herzien en de aan betrokkene als gevolg van die toekenning betaalde bedragen mocht terugvorderen, hoewel op het aan betrokkene verstrekte bewijs van uitschrijving 25 april 2006 als datum van uitschrijving was vermeld.
4.2. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Naar het oordeel van de Raad mocht appellante aan het door de onderwijsinstelling afgegeven – gecorrigeerde – bewijs van uitschrijving waarin is vermeld dat betrokkene (niet pas op 25 april 2006, maar reeds) op 24 februari 2006 was uitgeschreven de betekenis toekennen die zij daaraan heeft toegekend. Uit de gegevens die in dit geding naar voren zijn gekomen, kan immers niet anders worden afgeleid dan dat de uitschrijving feitelijk heeft plaatsgevonden per 24 februari 2006. Dat het bewijs van uitschrijving, welk bewijs voor wat betreft de daarop oorspronkelijk vermelde datum van uitschrijving als misslag moet worden beschouwd, niet eerder is afgegeven dan op 25 april 2006 kan daaraan niets afdoen. Voor de Raad is bij de beoordeling van de herziening mede van belang dat betrokkene het mutatieformulier van de onderwijsinstelling waarop 24 februari 2006 als datum van uitschrijving is vermeld op 10 maart 2006 al heeft gezien en ondertekend. Hij had zich op dat moment kunnen en moeten realiseren dat hij met ingang van 1 maart 2006 geen aanspraak meer kon hebben op een tegemoetkoming in de kosten van de door hem tot 24 februari 2006 gevolgde opleiding aan Gilde Opleidingen in Roermond. Ook aan de brief van de onderwijsinstelling van 2 mei 2006 waarin aan betrokkene is bericht dat 24 februari 2006 de juiste datum van uitschrijving is en dat verstrekte kopieën van het bewijs van uitschrijving van 25 april 2006 komen te vervallen, komt in dit verband betekenis toe.
5. Hetgeen is overwogen in 4.2 leidt tot de conclusie dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaren.
6. Ter voorlichting van betrokkene wijst de Raad erop dat betrokkene, voor zover hij meent dat de onderwijsinstelling hem ten onrechte heeft uitgeschreven per 24 februari 2006, bijvoorbeeld omdat hij nadien nog onderwijs heeft gevolgd, zich voor een correctie van de datum van uitschrijving tot de onderwijsinstelling zal moeten wenden.
7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) A.E. van Rooij.
TM