ECLI:NL:CRVB:2009:BK4266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag op onjuiste gronden wegens onduidelijke kasstortingen
Betrokkene diende op 27 maart 2006 een aanvraag om bijstand in, welke door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Borne werd afgewezen op basis van artikel 11 van Pro de WWB, omdat betrokkene volgens hen over voldoende middelen beschikte. Dit besluit werd bekrachtigd in bezwaar en beroep. Uit onderzoek bleek dat betrokkene diverse kasstortingen op zijn bankrekening had gedaan, waarvan de herkomst onduidelijk was.
De rechtbank oordeelde dat deze kasstortingen als giften konden worden aangemerkt en als middelen voor de kosten van levensonderhoud in de betreffende maanden moesten worden toegerekend. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het College ten onrechte de aanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 11 WWB Pro. De onduidelijkheid over de herkomst van de kasstortingen en het feit dat betrokkene daarmee slechts zijn vaste lasten betaalde, betekent niet dat hij niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Raad benadrukt dat de beoordeling van de aanvraag zich uitstrekt over de periode van 27 maart tot 27 juni 2006 en dat betrokkene op de datum van de aanvraag een saldotekort had en geen inkomen boven de bijstandsnorm. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag op grond van artikel 11 WWB is onterecht; de aanvraag wordt toegewezen.